• Eufrasie

De waterput

Bijgewerkt: 26 apr 2018


Ik plooide me terug op de kleine wereld in en rond mijn huis, hetzelfde lapje grond dat ik tijdens de maanden bevallingsverlof zo vaak had afgestapt. In de tuin achter ons huis was een diepe, volle regenwaterput. Op een niet zo bepaalde dag daalde ik erin af, precies zoals Murakami’s Toru Okada, en zocht ik het duister op. Ik had het er erg naar mijn zin en besloot de daarop volgende maanden niet meer terug naar boven te klimmen.

In het water loste ik op. Ik nam er geen ruimte in, ik droeg er geen gewicht mee, ik onderhield er geen banden, ik bood er geen kwesties het hoofd, ik voerde er geen gesprekken, vooral niet met mezelf. Of ik kousen droeg of niet, of het dikwijls regende, dat herinner ik me niet.

Op een keer, ik weet niet of het ochtend of avond was, kwam er een dikke eland zijn dorst lessen aan onze put. Beweeglijke, roze lippen en tanden groot als appels had hij. Hij dronk me gedeeltelijk op, de rest van me bleef in de waterput achter. Zo voer dat éne deel van me enkele uren rond door de tuinen van onze buren in de woonwijk, in de buik van een eland die intussen goedgeluimd met de kippen converseerde. Ik volgde hun geestige gesprek met plezier.

Tegenwoordig wil ik 's avonds nog wel eens naar de waterput wandelen om 'het andere deel' een goede nacht te wensen.




© 2017 

Created with Wix.com

  • w-facebook
  • w-flickr