Eufrasie IV

ze zwengelt haar stem aan met krachtige roerbewegingen

haar bovenlichaam helt over

als een winterjas aan de kapstok - op z’n plaats

hier zijn eigenlijk veel mensen ik ken hun namen maar niet nu

ze maken grapjes, ik noteer die in het verslag

ze zitten ook op hun plaatsen

en kaatsen het balletje heen en weer, laten het vallen

maar dan bewust

 

ik vind m’n pallet niet

ook m’n handen niet om het te zoeken

naast het speelveld lig ik eerder als

proper ondergoed in een lade

alle broekjes door elkaar

wachtend tot iemand er één wegneemt

we horen toch niet bij elkaar

© 2017 

Created with Wix.com

  • w-facebook
  • w-flickr